| FANTASTISCH PERSPECTIEF |
| woensdag, 08 februari 2012 09:55 |
|
expositie GSA/Hilversum 22 februari t/m 18 maart 2012
INTRODUCTIE Fantastisch realisme nam wereldwijd een vlucht na de Tweede Wereldoorlog onder aanvoering tot op heden van Ernst Fuchs (1930), een van de stichters van de Weense School voor Fantastische Kunst. Deze stroming kwam voort uit het surrealisme dat na de Eerste Wereldoorlog onder de bezielende leiding van André Breton (1896-1966) ontstond en sterk beïnvloed werd door het gedachtegoed van de Weense psychiater Sigmund Freud (1856-1939), de ontdekker van het onderbewuste .
Beide richtingen in de beeldende kunst ontstonden dus na de periode van een apocalyps, wat onmiskenbaar in het werk tot uiting kwam. Verbijstering over de voorafgaande ellende manifesteerde zich veelal in bizarre en getourmenteerde kunstwerken. Als voorloper van beide stromingen wordt vooral Jeroen Bosch (ca.1450-1516) gezien, die met zijn diabolische verbeeldingen aan het einde van de Middeleeuwen evenzo verslag deed van tumultueuze tijden. Eros en Thanatos. De liefde en de dood, onmiddellijk in samenhang met oorlogsgeweld.
Na aanvankelijk een fanatieke tegenstand heeft thans het fantastisch realisme vaste grond onder de voeten gekregen. Hadden kunstenaars zoals Johfra (1919-1998) en Ernst Fuchs nog duchtige oppositie te verduren, thans gooien de fantastisch realisten hoge ogen bij een breed publiek, terwijl de officiële kunstwereld beseft niet langer te kunnen achterblijven en groeit ook hier de acceptatie. Ten tijde van de dictatuur van de abstracte kunst was technisch meesterschap verdacht, want de explosieve verbeelding van de emotie stond voorop, desnoods niet al te zeer verwijderd van de impulsieve en onschuldige kindertekening of anders de nauwelijks begrepen magische werking van de primitieve kunst. Het grote publiek bleef echter massaal gegrepen door de werken van de kunstenaars die zich zowel toelegden op de techniek van de oude meesters als zich lieten leiden door de associatieve werking vanuit het onderbewuste, want men kwam zichzelf in het werk tegen. Men herkende zich in de expressieve kracht van de schilderijen en de beelden die diep ingrijpen op de eigen existentie, dwars door alle dagelijkse beslommeringen heen. Men heeft namelijk geen boodschap aan een kunstmatige inseminatie van kunstbesef. Men kijkt en het komt binnen of niet. De slag is wel of niet geleverd.
De hedendaagse kunstenaars en zo ook hun publiek heeft merendeels met oorlog en vernietiging in hun directe beleving weinig of geen ervaring. Het gevolg is dat de kunstwerken thans grotendeels zijn ontdaan van een verontrustende en demonische inhoud en vooral getuigen van een koortsachtig streven naar schoonheid en harmonie, weliswaar binnen de context van een particulier levensbesef waaraan doorgaans een existentiële onrust ten grondslag ligt. Eros blijft evident en Thanatos laat zich niet op een zijspoor zetten, maar de kwellingen blijven binnen de perken en de apocalyps is op de achtergrond getreden.
Deze expositie is hiervan een getuigenis. Helaas zijn slechts twee litho's van Ernst Fuchs te bewonderen, bescheiden en ingetogen en duister, terwijl zijn oeuvre hoofdzakelijk uiterst explosief en kleurrijk is. Wie met zijn werk bekend is, zal zich tekort gedaan weten. Hij mocht hier evenwel niet ontbreken, en alleen deze litho's waren beschikbaar, die niettemin van zijn grote klasse getuigen.
Van de Zwitser H.R. Giger (1940) tonen wij slechts één meesterwerk. Hij is ontegenzeggelijk een duivelskunstenaar, die in 1979 met de film Alien furore maakte. Met zijn dikwijls bizarre en schokkende werken baart hij wereldwijd opzien, tot in Japan.
Dat doet ook de Franse meester Gérard Di-Maccio (1948), voor wie zelfs in Japan door een mecenas het Di-Maccio Museum is opgericht. Van zijn hand hangen hier vier schilderijen die over zijn uitzonderlijke kunstenaarschap geen twijfel laten bestaan. Natuurlijk veel te weinig om dit ten volle te kunnen beseffen.
Dit geldt in gelijke mate voor het imposante oeuvre van Johfra, de onbetwiste voorloper van de fantastische kunst in Nederland. Hij is feitelijk de centrale figuur op deze expositie. De eerder genoemde kunstenaars hebben hem tijdens zijn leven ontmoet en zelfs ook samen met hem geëxposeerd. Zo hebben Herman Smorenburg (1958) en René Zwaga (1958) vanaf het begin van hun loopbaar sterk onder zijn invloed gestaan. Hierdoor kan de tentoonstelling als een verholen hommage aan Johfra worden beschouwd, waarmee niets ten nadele van de andere exposanten is gezegd, want ook zij, ieder voor zich, geven blijk van een opmerkelijk kunstenaarschap.
Zoals daar zijn Hans van Ommeren (1948) met zijn Troostbomen, waarmee hij in de fotografie onder de term illusoir realisme een volledig nieuwe weg inslaat, waarvan zijn deelname aan deze show een wereldprimeur is.
En Christian Jut (1950), evenals Van Ommeren uit Woerden afkomstig. In zijn beelden brengt hij op overtuigende wijze een groots eerbetoon aan de schoonheid van het vrouwelijk lichaam.
En Basher (1950), van oorsprong Irakees en sinds 1991 in Nederland woonachtig. Zijn penseel is gedoopt in licht en illusie, in poëzie en paradoxie.
Van ver komt ook Igor Grechanyk (1960), de maestro van het brons uit Kiev, die alom in de wereld met zijn beelden opzien baart. En hekkensluiter Michaël Hiep, realisme kunstenaar uit Hilversum.
Ten slotte vier leden van de kunstenaarsvereniging GSA die met hun werk moeiteloos en grandioos aansluiten bij het fantastisch realisme: Paul Kwisthout (1955) met schilderijen, Richard van der Koppel (1968) met beelden, Annelies van der Sman (1950) met schilderijen en Nannita van Veen (1957) met fotografie. In totaal dus 15 exposanten, van wie alleen Nannita van Veen mij tot op heden onbekend was.
Toen mij werd gevraagd deze expositie te organiseren, zag ik mijn kans schoon om een manifestatie met werk van vrienden te creëren, die een ruime diversiteit binnen de fantastische kunst laat zien. Dat ik mij vanwege de beschikbare ruimte heb moeten beperken, zowel in het aantal werken per kunstenaar als in het aantal kunstenaars, heb ik als een ernstige belemmering ervaren, want het aanbod is zo overweldigend en zo divers, dat wij thans hiervan alleen een glimp gewaar zijn. Niettemin is dit een show van wereldklasse die ongetwijfeld tot de verbeelding van velen zal spreken. |



